Wat de vlinder ons vertelt over biodiversiteitsherstel

10-7-2026

Artikel

Inzet albert

"We hebben in honderd jaar 84% van onze vlinders verloren." Dat cijfer zegt eigenlijk alles. Waar vlinders ooit een vanzelfsprekend onderdeel waren van het Nederlandse landschap, zijn ze inmiddels voor veel mensen een zeldzame verschijning geworden. Albert Vliegenthart, ecoloog bij De Vlinderstichting, ziet die ontwikkeling al jaren van dichtbij: "Twee jaar terug hadden we de laagste vlinderstand ooit." 

De oorzaken zijn volgens hem complex: "Er is niet één dader aan te wijzen en er is ook niet één oplossing." Stikstof, klimaatverandering, pesticiden, verdroging en het verlies van leefgebied versterken elkaar. Veel vlinders zijn bovendien afhankelijk van specifieke inheemse planten om te kunnen overleven. Wanneer die verdwijnen, verdwijnen ook de vlinders die ervan afhankelijk zijn. Daardoor staat niet alleen de vlinder onder druk, maar verliest het hele ecosysteem aan veerkracht. In dit interview vertelt hij waarom stikstof een onderschat probleem is, waarom inheemse beplanting en biodiversiteitsherstel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en hoe samenwerking tussen overheden, terreinbeheerders, infrapartijen en de gebouwde omgeving kan bijdragen aan een sterkere, groene verbinding tussen stad en landschap.

Het effect van stikstof op de vlinderpopulatie

In discussies over biodiversiteit gaat de aandacht vaak uit naar zichtbare maatregelen: meer groen, meer bloemen of meer bomen. Volgens Vliegenthart wordt een belangrijke oorzaak van de achteruitgang echter nog vaak onderschat: stikstof. Door stikstofdepositie verandert de bodemchemie. Essentiële mineralen spoelen uit en verdwijnen uit de planten waarop rupsen afhankelijk zijn. "Als een rups moet gaan verpoppen, heeft hij een beetje koper en mangaan nodig. Als dat niet meer in die plant aanwezig is, kun je dus simpelweg niet verpoppen." Daarom ziet hij het terugdringen van stikstofuitstoot als een belangrijke voorwaarde voor herstel. Want, zo stelt hij: "Zolang die deken van stikstof blijft vallen, zullen die mineralen loskomen en uitspoelen."

Inheemse verbindingen als sleutel tot herstel

"In de stad is het gebruik van inheemse soorten belangrijk voor die groene verbindingen," aldus Vliegenthart. Juist die schakels tussen leefgebieden worden steeds belangrijker door de toenemende verstedelijking. Daarom spelen niet alleen natuurorganisaties zoals de Vlinderstichting, maar ook infrapartijen, ontwikkelaars en bouwers een belangrijke rol. Zij bepalen hoe bermen, bedrijventerreinen, woonwijken en openbare ruimtes worden ingericht en beheerd. Bewustwording is daarbij minstens zo belangrijk als regelgeving. Zoals Vliegenthart zegt: "Je moet mensen meenemen in die processen." Juist door al vroeg het gesprek aan te gaan over natuurinclusieve keuzes en de meerwaarde daarvan.

Natuurinclusief bouwen begint voor de eerste steen

Veel biodiversiteitswinst gaat verloren doordat ecologie pas aan het einde van een bouwproces wordt toegevoegd. "Wat er nu gebeurt is gewoon het gebouw neerplempen en dan roepen: oh ja, er moest nog iets van groen bij." Volgens Vliegenthart begint natuurinclusief bouwen veel eerder, door bestaande natuur als uitgangspunt te nemen. "Ga uit van de kracht die al aanwezig is van die natuur." Dat vraagt om een andere manier van kijken: biodiversiteit vanaf het begin meenemen in het ontwerp. Met de komst van de Europese Natuurherstelwet wordt Natuurinclusief handelen hopelijk meer standaard om uiteindelijk de achteruitgang van vlinders en bijen te stoppen.

Veel ontwikkelaars, gemeenten, beheerders en aannemers willen daar wel mee aan de slag, maar beschikken niet altijd over de ecologische kennis om de juiste keuzes te maken. Daarom zijn kennisdeling en bewustwording minstens zo belangrijk als regelgeving. Om te kunnen leren van keuzes is monitoring essentieel. Alleen door soorten en ecosystemen langdurig te volgen, wordt zichtbaar welke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan biodiversiteitsherstel. Juist daar liggen kansen voor samenwerking tussen ecologen, kennisorganisaties en partijen die actief zijn in de gebouwde omgeving.

Om de ecologische waarde van natuurinclusieve projecten beter inzichtelijk te maken, wil Wildr de komende jaren meer inzetten op monitoring. Niet alleen om te zien welke planten, insecten en andere diersoorten zich ontwikkelen, maar ook om de impact van projecten meetbaar te maken. Daarnaast hebben Wildr en De Vlinderstichting de intentie uitgesproken om ontwikkelaars, bouwers en andere partijen gezamenlijk te inspireren over biodiversiteit in de gebouwde omgeving. Juist nu de komende jaren veel nieuwbouwprojecten worden voorbereid, is het belangrijk om al in de eerste ontwerp- en bouwfasen na te denken over natuur, bijvoorbeeld door de Natuurherstelwet die er aan komt, belangrijk om de aanpak onder de loep te nemen, zodat er minder bodem verstoord behoeft te worden bij een nieuwbouwproject. Hoe eerder biodiversiteit wordt meegenomen in het proces, hoe groter de kans op leefgebieden waar insecten, vogels en kleine zoogdieren duurzaam van profiteren.

De toekomst van biodiversiteit ligt in systeemdenken

De boodschap van Albert Vliegenthart is helder: het herstel van vlinders vraagt om meer dan bloemen zaaien of groen toevoegen aan gebouwen. Het vraagt om herstel van ecosystemen, betere verbindingen tussen leefgebieden en een andere manier van ontwerpen, bouwen en beheren.

Vlinders zijn daarbij een belangrijke graadmeter. "Een vlinder heeft vier levensstadia. Het begint als ei, dan wordt het een rups, dan gaat hij verpoppen en dan wordt het een vlinder." In elk stadium stelt het dier andere eisen aan zijn omgeving. Juist doordat vlinders snel reageren op veranderingen, zijn ze een waardevolle indicator voor de kwaliteit van een ecosysteem.

Zoals hij het zelf samenvat: "Ga naar systeemherstel." Biodiversiteitsherstel vraagt niet om een oplossing, maar om een systeem waarin bodem, beheer, leefgebieden en verbindingen elkaar versterken. Daarbij spelen inheemse planten een cruciale rol.  Veel vlinders leggen hun eitjes alleen op specifieke plantensoorten, omdat hun rupsen daarvan voor voedsel afhankelijk zijn. Door te kiezen voor een grote soortenrijkdom aan inheemse beplanting ontstaan meer kansen voor vlinders, maar ook andere insecten en andere kleine zoogdieren kunnen leven. Uiteindelijk gaat het niet alleen om meer groen, maar om groen dat onderdeel is van een goed functionerend ecosysteem.

Foto: www.cruydthoeck.nl

Dit artikel delen:

Foto bloemendak 4 Wildr
Samen verder gaan dan groen?
Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer

Sluiten